SchOOLwiki

zoekopdracht

De zorg

Zorg voor de leerlingen is al lang op onze school een vanzelfsprekende zaak. Wij menen leerlingen met leerproblemen een veilige plek te kunnen bieden. Onze zorg is echter meer dan het bekijken of een leerling bij een bepaalde ontwikkeling of leervak niet mee kan komen. Er zijn leerlingen die werkhoudingproblemen hebben, anderen hebben moeite om hun werk zelfstandig in te delen, weer anderen kunnen niet goed met andere leerlingen omgaan. Daarnaast zijn er leerlingen die op leergebied meer aan kunnen dan wordt aangeboden. Wij volgen de leerlingen o.a. met een  leerlingvolgsysteem.

Heeft een leerling extra zorg nodig, dan neemt de leerkracht contact op met de ouders om hierover te praten. In dit gesprek bekijken ouders en school samen welke zorg er geboden kan worden. Ook overlegt de lk. met de IBer. Het kan zijn dat de leerling voldoende geholpen is met plaatsing in de plus- of de zorggroep voor een of meer vakken binnen de groep (volgens de een-zorgroute). Op deze manier wordt tegemoet gekomen aan de specifieke didactische en pedagogische behoeften van het kind. Afspraken worden vastgelegd in het groepsplan van de een-zorgroute. Na elke periode wordt het plan geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

Het kan zijn dat een kind specifiekere onderwijsbehoeften heeft, waaraan binnen de niveau indeling van de  een-zorgroute niet voldoende tegemoet gekomen wordt. Dan besluiten leerkracht, ouders, leerling en IBer een individueel handelingsplan of een Ontwikkelingsperspectief op te stellen en uit te voeren. Het plan wordt ondertekend door alle partijen en regelmatig geëvalueerd.

Een Ontwikkelingsperspectief houdt in dat een leerling voor één of meerdere kernvakken het eindniveau van groep 8 niet behaalt. De leerling werkt verder met een aangepast lesprogramma gericht op een reëel uitstroom niveau.

 

Om meer gegevens te verzamelen over een kind kan de IB-er het kind in de groep observeren. Soms is het nodig problemen nog verder te onderzoeken. De school vraagt de ouders dan om toestemming om het kind in het CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin) overleg te bespreken. In dat overleg participeren schoolmaatschappelijk werk, de schoolverpleegkundige en de IBers. Ook kan de school de ouder verzoeken stappen te ondernemen richting huisarts, logopediste, schoolarts, kinderarts of andere specialist.

Indien een leerling via school door een externe deskundige nader bekeken moet worden, wordt het dossier met de hulpvraag ingediend bij de orthopedagoge van Zien in de Klas en/of het Onderwijsloket. Aanmelding gebeurt altijd met toestemming en –verplichte- handtekeningen van de ouder(s).

Vaak kan het kind op school geholpen worden met de handvatten die aangereikt worden. Soms blijkt het verstandig dat het kind een jaar doubleert. Dat kan op grond van problemen in de cognitieve ontwikkeling en/of op grond van sociaal – emotionele ontwikkeling besloten worden. Soms blijkt plaatsing in het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs beter voor het kind of is een ander onderwijsarrangement nodig